7

De belangrijkste vakgebieden op onze school 

Het IPC (International Primary Curriculum) 

De Esdoorn is een IPC-school. Het IPC is een leerconcept uit het internationaal onderwijs en is inmiddels een veel gebruikt concept in Nederland. De Esdoorn was een van de eerste reguliere scholen in Nederland die startte met het IPC. Het IPC heeft in 2008 een onderwijs-stimuleringsprijs ontvangen.

Voor het werken met het IPC wordt de school ondersteund door IPC-Nederland: teamtrainingen, observaties, individuele gesprekken en adviezen. Dit alles in nauw overleg met onze eigen IPC-coördinator binnen de school.

Hoe ziet IPC er in de praktijk uit? 

Bij het IPC worden de volgende vakken geïntegreerd aangeboden:




  • Natuurkunde en biologie;
  • Geschiedenis;
  • Techniek;
  • Computervaardigheden;
  • Tekenen/handvaardigheid;
  • Aardrijkskunde;
  • Burgerschapsvorming;
  • Bewegingsonderwijs;
  • Dramatische vorming;
  • Muziek.

Vanzelfsprekend worden ICT-toepassingen ingezet.
In de kleutergroepen wordt gewerkt met de ‘Early Years’. De hele dag door wordt gewerkt aan het thema.
In de groepen 3 t/m 8 wordt IPC vooral in de middaguren gegeven; ’s ochtends concentreren we ons vooral op de basisvakken. De kinderen van Lichtenbeek integreren bij IPC in de groepen
3 t/m 6.
Het IPC is getoetst aan de kerndoelen voor het primair onderwijs en is door de onderwijsinspectie goedgekeurd.

Het lesmateriaal bestaat uit zogenaamde units. Een unit bestaat uit een centraal thema en heeft een aantal leerdoelen. Hier komen de leer- en onderzoeksactiviteiten uit voort.
Door middel van ons registratiesysteem MijnRapportfolio wordt per kind, per unit en per leerdoel bijgehouden hoe de vaardigheden zich ontwikkelen en welke leerdoelen aan de orde zijn gekomen. Het Rapportfolio is de basis voor de rapportage naar de ouders.

Elk thema wordt volgens vaste stappen behandeld. 


Het startpunt: Er wordt een activiteit gedaan om de kinderen te enthousiasmeren.
De kennisoogst: De kinderen geven antwoord op de vragen: Wat weten we al van het onderwerp? Wat willen we graag weten?
De uitleg van het thema: De leerkracht vertelt de kinderen wat ze gaan leren aan de hand van de leerdoelen per vakgebied.
De activiteiten: De lessen bestaan uit onderzoeks- en verwerkingsactiviteiten, aangevuld met de eigen leervragen van kinderen.
De afsluiting: Iedere unit eindigt met een activiteit, waar we met de kinderen terugkijken op de unit en anderen kunnen laten zien wat er is geleerd.

Alles wordt gevisualiseerd en overzichtelijk/inzichtelijk gemaakt voor de kinderen (en ouders) op de leerwanden die in de groepen aanwezig zijn en een belangrijke rol spelen.

De Mileposts 

De leerdoelen van het IPC zijn geformuleerd voor verschillende groepen. Deze worden mileposts genoemd. Wij werken met de volgende mileposts:

  • Early Years: groep 1-2
  • Milepost 1: groep 3-4
  • MIlepost 2: groep 5-6
  • Milepost 3: groep 7-8

De Esdoorn heeft zelf keuzes gemaakt welke doelen in 8 jaar aan bod komen. We werken hierbij met vaardigheids-, kennis- inzichts- en persoonlijke doelen.

Hersenvriendelijk leren en mindmappen

Wij zijn op De Esdoorn een groot voorstander van hersenvriendelijk leren: tijdens het leren gebruikmaken van de verschillende leerstijlen die er zijn. Ieder individu heeft nu eenmaal een persoonlijke voorkeur voor wat betreft het opnemen van leerstof. Het is daarom van groot belang dat leerstof op diverse manieren wordt aangeboden.

Op onze school wordt regelmatig met mindmappen gewerkt. Mindmappen is een vriendelijke, effectieve en natuurlijke manier die je helpt bij het denken. Onze hersenen werken van nature associatief en visualisatie speelt een belangrijke rol. Door de inzet van mindmappen neemt de werking van beide hersenhelften sterk toe en wordt de leercapaciteit dus vergroot.

Klassenmindmap en vraaggestuurd leren

De klassenmindmap neemt een belangrijke plaats in binnen het IPC-leerproces. De klassenmindmap is in feite een constructie van opgedane kennis die dynamisch is; er is constant groei en aanpassing. Naast de activiteiten die aangeboden worden vanuit het IPC is er veel aandacht voor de eigen leervragen van onze kinderen. Datgene wat hen intrigeert kan worden onderzocht. De leervraag die zij hiervoor formuleren wordt in gesprek met de leerkracht zo krachtig mogelijk gemaakt. Vanuit deze leervragen ontstaan ook onderzoeksvragen. Hierdoor leren onze kinderen kritisch naar opgedane kennis te kijken, te toetsen, te vergelijken en te experimenteren.
Gebruikmaken van eigen leervragen maakt kinderen eigenaar van hun eigen onderwijs.

21ste eeuws leren

Door de inzet van het IPC worden de 21ste eeuwse vaardigheden op een natuurlijke manier ontwikkeld en is ons onderwijs dus klaar voor de toekomst van onze kinderen. Deze vaardigheden zijn:

  • Communiceren;
  • Samenwerken;
  • Sociale en culturele vaardigheden;
  • Creatief denken;
  • Kritisch denken;
  • Mediawijsheid;
  • Probleem oplossen;
  • Computational thinking;
  • Informatievaardigheden;
  • ICT – basisvaardigheden;
  • Zelfregulering.

Ouderbetrokkenheid

Voordat aan een nieuwe unit begonnen wordt, ontvangt u als ouder een informatiebrief met uitleg over de inhoud en de doelen van de unit. Zo krijgt u een goed beeld waar uw kind over leert en kunt u waar mogelijk helpen en stimuleren, bijvoorbeeld met het verzamelen en meenemen van materialen. Ook worden regelmatig ouders gevraagd om op school iets te komen vertellen of mee te helpen met een activiteit.

Hoe kunt u op de hoogte blijven van het IPC?  

Op onze website kunt u meer informatie over IPC vinden. De informatiebrief bij elke unit houdt u op de hoogte van datgene waar uw kind over leert. En u kunt de activiteiten volgen via de Klasbord app.
Voor vragen kunt u uiteraard altijd bij ons terecht.

Hoe werken we in de kleutergroepen   

We beginnen de dag in de kring of met de inloop. In de kring bespreken we een aantal zaken zoals: wie is er niet, wat voor dag is het, welke datum, wat voor weer, wat gaan we doen vandaag (dagritmekaarten), zijn er nog bijzonderheden, verhaal voorlezen, liedjes zingen/aanleren. Bij de inloop beginnen de kinderen aan tafel met een klein spelletje of werkje en gaan we daarna kort in de kring.
Aan de muur hangen ‘dagritmekaarten’. Hierop kunnen de kleuters zien welke activiteiten gepland staan. Kleuters krijgen hierdoor inzicht in de tijd (op een ochtend doe je meer dan op een middag, niet elke dag is hetzelfde). Daarna gaan de kleuters aan het ‘werk’.
Het ‘digitale keuzebord’ neemt een centrale plaats in binnen de kleutergroep. Hierop staan de verschillende, gezamenlijke activiteiten van de dag en de individueel te maken keuzes aangegeven. Een kleuter kan d.m.v. zijn ‘digitale plaatje’ aangeven waar hij/zij mee aan de slag gaat. De andere kleuters kunnen dan zien welke activiteiten nog ruimte hebben en welke ‘vol’ zitten. De leerkracht kan door het digitale bord de keuzes van de kinderen en met wie ze samenspelen volgen.
In de kleutergroepen werken we thematisch met ‘Early Years’ van IPC. We werken 4 tot 5 weken aan een thema.
In die thema’s worden activiteiten gedaan op het gebied van taal, rekenen, sociaal emotionele ontwikkeling, drama, creativiteit en motoriek. Kleuters leren door een uitdagende omgeving waarin ze zelf ervaren en ontdekken. Al spelend ontwikkelt een kleuter zich op velerlei gebieden. U moet hierbij denken aan: woordenschat (taal), begrippen (rekenen), van grote naar kleine bewegingen (motoriek) en het weerbaar worden, meer durven en samenspelen (sociaal emotionele ontwikkeling).
In de kleutergroepen staan veel ontwikkelingsmaterialen voor diverse gebieden. Daarnaast bieden wij ze opdrachten met materialen en verschillende technieken zoals scheuren, prikken, knippen, verven, spatten, stempelen, vouwen en kleien om de motorische ontwikkeling te stimuleren.
De kinderen spelen en werken in speelleerplaatsen die aansluiten bij de doelen van de thema’s.
Buitenspelen en gym horen er natuurlijk ook bij. Rijden op de kar of fiets, steppen, glijden van de glijbaan, duikelen, voetballen, klauteren op het klimrek, balanceren op de bank en diepspringen van de gymkast.

Lezen

Lezen is erg belangrijk. Je hebt het nodig in deze maatschappij waar veel informatie op je af komt. Op onze school lezen wij volgens LIST (Lees Interventieproject voor Scholen met een Totaalaanpak) of vrij vertaald: Lezen is Top. Bij LIST-lezen is het belangrijk dat kinderen betrokken en gemotiveerde lezers worden en lezen uit leeftijdsadequate boeken. Om vlot en vloeiend te leren lezen moeten de kinderen veel lezen. Bij ons op school lezen alle groepen 5 keer per week tenminste 20 minuten, aan het begin van de dag, uit een zelfgekozen, leeftijdsadequaat, boek. De kinderen moeten zo’n 25 boeken per jaar lezen. Thuis veel (voor)lezen bevordert ook de ontwikkeling van het lezen. Wij verwachten dan ook dat ouders thuis regelmatig met hun kinderen lezen zodat we er samen alles aan doen om het lezen te stimuleren en te ervaren dat lezen leuk is!

In de groepen 1/2 worden activiteiten gedaan om het bewustzijn van woorden en klanken (fonemisch bewustzijn, hakken en plakken) te stimuleren. De kleuters maken al kennis met de letters.
Wij gebruiken in de onderbouw als ondersteuning bij het leren van de letters onderdelen uit de methodiek: ‘Zo leer je kinderen lezen en spellen’ (ZLKLS) van José Schraven. Elke letter wordt ondersteund door een bepaalde beweging. Onderzoek in het speciaal onderwijs heeft aangetoond dat de lees- en spellingsprestaties van leerlingen die met ZLKLS hebben gewerkt beter waren dan scholen waar dit niet werd toegepast.

In groep 3 wordt in dagelijks terugkerende instructieblokken lesgegeven om de kinderen alle letters aan te leren. Vanaf het begin zijn er activiteiten met betrekking tot lezen en ‘schrijven’. Deze koppeling is in deze groepen erg belangrijk. Zodra kinderen AVI M3 hebben behaald mogen ze naar duo-lezen; elke ochtend lezen ze in tweetallen, van gelijk niveau, uit één boek en lezen ze ombeurten een zin. Als de kinderen op de AVI-toets een score van E4 hebben behaald mogen ze doorstromen naar het stillezen.

Kinderen t/m groep 5/6 die meer ondersteuning nodig hebben gaan tutor-lezen; elke ochtend lezen met een ouder of leerling uit een hogere groep. Voor leerlingen die nog meer ondersteuning nodig hebben proberen we 4 keer per week 15 minuten extra gelezen. We werken bij List lezen groepsdoorbrekend, kinderen uit diverse groepen worden samengevoegd.
Op deze manier wordt het voortgezet technisch lezen intensief geoefend. Er vindt regelmatig toetsing plaats om te kijken of er vooruitgang is geboekt. We gebruiken hiervoor de AVI en DMT.
U heeft het AVI-niveau vast weleens in een kinderboek zien staan o.a. AVI-Start, M3, E4, AVI-plus enz.
De M staat voor Midden en de E voor Eind. Het cijfer geeft de groep aan. Dus E7 betekent Eind groep 7.
AVI-start is voor de kinderen die net beginnen en AVI-plus voor leerlingen die AVI al uit zijn. Om goed te kunnen leren lezen zijn goede kinderboeken nodig. Bij ons op school heeft elke groep een eigen kast met actuele leesboeken. Leesplezier is het belangrijkste bij het lezen; daarom kan uw kind het beste een boek lezen dat bij zijn leeftijd past en dat mag gerust een AVI-niveau hoger zijn. Als u meer informatie wilt over lezen kijk dan eens op de site: www.jeugdbibliotheek.nl/

Begrijpend lezen

Naast het technisch lezen is er begrijpend lezen voor kinderen die het technisch lezen voldoende beheersen (AVI E4 hebben behaald); misschien wel de belangrijkste leesvorm. Er wordt geoefend om te leren begrijpen wat ze gelezen hebben d.m.v. effectieve vragen en opdrachten. Om het lezen bij kinderen nog meer te stimuleren werken we met teksten en boeken die aansluiten bij het IPC-thema. Bij elk thema levert de bibliotheek boeken die passen bij dit vakgebied. Kinderen worden gestimuleerd om door middel van DENK-vragen verdieping aan een tekst te geven.

Schrijven

Wij vinden het belangrijk dat een kind een verzorgd eigen handschrift ontwikkelt. Om dit te kunnen bereiken moet de fijne motoriek goed ontwikkeld zijn. In de kleutergroepen zijn de kinderen al spelenderwijs bezig met het oefenen van de motoriek. Eerst met grote materialen, later met steeds kleinere materialen.

De oudste kleuters beginnen met het oefenen van schrijfpatronen en sommigen al met het schrijven van de letters. Belangrijk hierbij is dat ze het potlood op de juiste manier vasthouden.
Bij de kleuters wordt, vanuit het lezen, ook aandacht besteed aan ‘invented spelling’. Dit is dat kinderen zelf iets schrijven, zonder het aangeleerd te hebben, dit kan bestaan uit schrijfkrabbels, tekeningen, lettertekens tot woorden. In groep 3 schrijven we de letters die aangeleerd worden bij het technisch lezen.

Na verloop van tijd gaan de losse schrijfletters langzaam over in het aan elkaar schrijven. De lijntjes in de schriften veranderen dan ook. Om een en ander goed te laten verlopen hebben wij gekozen voor een schrijfmethode voor groep 3 t/m 5; Pennenstreken.
Als kinderen het schrijven beheersen dan wordt het beoordeelt bij de reguliere vakken.
De kinderen schrijven in groep 3 met een potlood. Eind groep 4 kunnen de kinderen een keuze maken uit een aantal pennen, we doen dit in overleg met een kinderfysiotherapeut en op advies van een ergotherapeut. Ieder kind heeft wel een voorkeur voor een bepaalde pen: dik, dun, met grip, stroef, glad etc. Met deze pen schrijft het kind op school. Als je goed wilt schrijven doe je dat met een pen die je prettig vindt.

Rekenen

Het rekenen bestond vroeger uit het leren van de tafels en sommen maken: optel- en aftreksommen, vermenigvuldigen, staartdelingen en breuken in de vorm van veel, heel veel rijtjes. En voor die sommen moest je dan trucjes leren. Tegenwoordig is dat anders. Nu leren de kinderen rekenen door het oplossen van praktische probleempjes die ze in het dagelijks leven tegenkomen, berekeningen om te zetten in tabellen, het kunnen lezen van grafieken, enz.
We werken met de methode ‘Pluspunt 4.0’. Er wordt veel meer een beroep gedaan op het inzicht van de kinderen en het onderwijs heeft als taak dat inzicht te vergroten om vervolgens daarmee weer verder te kunnen werken. Omdat niet alle kinderen over eenzelfde mate van inzicht beschikken, probeert ieder kind zijn eigen manier te vinden om tot een antwoord van een rekenprobleem te komen. Voor kinderen die rekenen lastig vinden is één strategie aanleren het beste, hierdoor raken ze niet in de war.

Dagelijks wordt aandacht besteed aan het hoofdrekenen d.m.v. conditietraining in de methode.
Binnen ons rekenonderwijs is er ruim voldoende aandacht voor de verschillende rekenniveaus. Bij kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte (meer ondersteuning of meer uitdaging) kan binnen de methode op verschillende niveaus worden gewerkt.
Voor sommige kinderen compacten we de reguliere rekenstof; niet alle rekenstof hoeft gemaakt te worden, zodat kinderen meer tijd hebben om de opgegeven opdrachten te maken en extra te oefenen met de leerkracht of onderwijsassistent of hierdoor meer tijd krijgen om met verdieping aan de slag te gaan.
Voor sommige kinderen blijft het rekenen erg lastig. Voor hen wordt in de loop van de basisschoolperiode dan een eigen leerlijn opgezet en een ontwikkelingsperspectief opgesteld, samen met de ouders. Voor deze kinderen is het streven E6 niveau te halen.

Taal en spelling

Voor het taalonderwijs maken wij gebruik van de leerlijn van de methode ‘Staal’. Voor taal verkennen en woordenschat wordt de inhoud passend gemaakt bij de thema’s van IPC.
Voor spelling volgen we de methode ‘Staal’. Deze werkt met een bewezen, preventieve spellingaanpak en combineert de vakgebieden spelling en grammatica. Dagelijks worden dictees gemaakt en de spellingregels besproken.

Engels

In de groepen 5 t/m 8 wordt Engels gegeven. We gebruiken hiervoor de methode ‘Take it easy’. Take it easy gaat uit van het digitale schoolbord. Een digitale leerkracht (native speaker) presenteert de les. Via filmpjes en muziekclips komen de kinderen in aanraking met spannende, grappige of gevoelige ‘real life’ situaties waarin de voertaal altijd Engels is. Er wordt veel aandacht geschonken aan luisteren en spreken. Na elk blok volgt een toets, waarbij de kinderen ook thuis zullen gaan oefenen.

Topografie

Topografie wordt naast het IPC als een apart vak gegeven. We gebruiken hiervoor het topografiegedeelte van de methode ‘Hier en Daar’. Vanaf groep 5 starten we met topografie. Het gaat dan voornamelijk om de omgeving en het leren lezen van eenvoudige kaarten. In de groepen 6, 7 en 8 komen respectievelijk Nederland, Europa en de Wereld aan bod. De kinderen werken hierbij in een (topo)werkboek. Regelmatig wordt getoetst of de basistopografie beheerst wordt. Om topo extra te oefenen worden digitale atlassen en de Bosatlas gebruikt. Ook Google Earth kan ingezet worden om een bepaalde route te ontdekken.

Verkeer

Bij de groepen 1 t/m 3 ligt het accent op hun eigen plaats in het verkeer als spelend kind/voetganger en fietser.
In groep 4 gebruiken we de methode ‘Een Rondje verkeer’, en de groepen 5 t/m 8 gebruiken de werkboekjes van 3-VO. Dit materiaal is altijd up-to-date en sterk gericht op kinderen in het verkeer.
In groep 4 komen allerlei onderwerpen aan de orde die juist voor deze leeftijd van belang zijn zoals: fietsen, lopen, meerijden, oversteken, spelen, tekens en weer en verkeer. Verder maakt deze methode gebruik van kijkplaten, kopieerbladen, foto’s en liedjes.
In de groepen 5 t/m 8 komt vooral het gedrag van het kind als weggebruiker aan bod. Hoe gedraag je je als voetganger of fietser? Met welke verkeersregels en verkeersborden heb je te maken?
In groep 7 wordt er eentheorie- en praktijk fietsexamen afgenomen.

Informatie en Communicatie Technologie (ICT)

ICT is niet meer weg te denken in onze school. Logisch ook, onze kinderen leven in een wereld van internet, social media (Youtube, Wikipedia, Instagram en Facebook), computer, tablets, games, enz. Omdat wij onze kinderen voorbereiden op hun toekomst zijn wij ons er terdege van bewust dat ICT een volwaardige plek inneemt in ons onderwijs. We investeren in de mediawijsheid van zowel ons team als de kinderen. Naast het inzetten van educatieve software, maken de kinderen presentaties, wordt er met tablet en laptop/chromebook gewerkt op flexplekken, wordt informatie gezocht en gevonden. Op deze manier wordt een uitdagende leeromgeving gecreëerd en is de betrokkenheid van de kinderen groot. Al onze groepen zijn voorzien van digiborden en/of touchscreens. Onze leerkrachten zijn geschoold in het optimaal gebruikmaken hiervan. Ons onderwijs is op deze manier met recht onderwijs-van-nu!

Techniek

Techniek zit grotendeels verweven in de units van IPC. De kinderen onderzoeken, doen proefjes en komen in aanraking met dagelijkse toepassingen. Gebieden die aan bod komen zijn constructie, transport, communicatie, elektrotechniek, chemie, duurzame energie etc. Elk schooljaar komen de kinderen met techniek in aanraking en voldoen zo aan de eisen van de inspectie.

Sociaal Emotionele Ontwikkeling (SEO)

Aan het begin van elk schooljaar hebben wij de ‘Gouden Weken’. Gedurende deze weken wordt er extra geïnvesteerd in de relatie en het groepsgebeuren. Wij vinden het belangrijk om met regelmaat, en niet alleen als er aanleiding toe is, met de kinderen te praten over gevoelens, omgang met elkaar, elkaars kwetsbaarheden.
Door verschillende werkvormen komen deze zaken in de groepen aan bod en werken we aan sociale weerbaarheid. Wij zijn ervan overtuigd dat zorgvuldige aandacht voor de sociaal emotionele ontwikkeling van onze kinderen van grote waarde is. De leerkrachten vullen in ons digitale LeerlingVolgSysteem (LVS) een SEO-vragenlijst ‘Zien’ per kind in. Het LVS bekijkt de antwoorden en geeft daar waar nodig adviezen. Zodoende kan de leerkracht de les aanpassen aan wat de groep nodig heeft. Bij kinderen in de groepen 7 en 8 wordt jaarlijks de vragenlijst ‘sociale veiligheid’ afgenomen.

Expressie activiteiten

Onder expressie verstaan wij het stimuleren in het creatief bezig zijn; handvaardigheid, tekenen/schilderen, drama. Naast expressief bezig zijn wordt ook aandacht besteed aan het gebruik van materialen en het aanleren van technieken. Binnen het werken aan een thema van IPC is er veel ruimte en aandacht voor expressieve activiteiten en ook de afsluiting van een thema heeft vaak een hoog expressief gehalte.

Muziek

Regelmatig wordt er binnen de groepen muziekles gegeven. We werken volgens de leerlijnen van de methode ‘1,2,3, Zing’. Op onze school hebben we een assortiment aan muziekinstrumenten die in de groepen worden gebruikt. Een muziekles kan uit verschillende onderdelen bestaan. In de onderbouw bestaat een muziekles meestal uit het zingen van liedjes, zowel aanleren van nieuwe als het herhalen van het oude repertoire. Er wordt ook gebruik gemaakt van ‘instrumenten’ zoals de handen, ritmiekstokjes, triangel, trommels, enz. Kinderen leren ritmes en de maat klappen of spelen op een instrument. Ook leren kinderen luisteren naar muziek, snel/langzaam, hard/zacht, droevige/vrolijke muziek.
In de bovenbouw bestaat een muziekles uit een moeilijker repertoire liedjes, canons en buitenlandse liedjes. Er wordt ook aandacht geschonken aan het notenschrift, de vele instrumenten in een orkest en het luisteren naar muziek, niet alleen naar popmuziek maar ook naar klassieke muziek.

Dag en weektaken

Binnen de groepen op onze school wordt er gewerkt aan een dag- en weektaak. Kinderen leren hierdoor te plannen en kunnen zo hun eigen keuzes maken. Gedurende de ochtend of middag worden er door de leerkracht instructiemomenten ingepland. De kinderen kiezen of zij hiervan gebruik willen maken. De leerkracht ziet erop toe of de kinderen, waarvan hij denkt dat dit noodzakelijk is, bij de instructie aanwezig zijn. Daarna kunnen de kinderen met hun taken aan de slag. De leerkracht heeft nu de ruimte om nog met een klein groepje te gaan werken tijdens het zelfstandig (ver)werken van de groep. Voor kinderen die snel klaar zijn staan er extra opdrachten klaar waarmee ze aan de slag kunnen. Het rooster met de dagtaak hangt in de klas zodat iedereen dit goed kan zien. De weektaak staat in Classroom, een computerprogramma waarin kinderen opdrachten kunnen zien, er eventueel in kunnen werken en het daar ook kunnen inleveren.

Lichamelijke opvoeding

De groepen 1/2 gymmen 2 keer per week in het speellokaal in onze school. Daar staan diverse klim- en klautermaterialen. Daarnaast zijn er materialen voor o.a. het werpen en vangen.
De gymlessen voor de groepen 3 t/m 8 worden gegeven in sporthal ‘De Helster’. Voor de gymlessen worden we ondersteund door een vakleerkracht bewegingsonderwijs. De lessen zijn deels gymnastisch, deels sport/spel.
Het is een goede gewoonte dat de kinderen vanaf groep 5 na de gymles gaan douchen. De groepen 1 t/m 4 douchen niet i.v.m. de tijd.